Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA)

24-06-2022

Wet DBA: voor de zomer een brief over uitwerking arbeidsmarktpakket
Hoe staat het nu met de handhaving van de Wet deregulering beoordeling
arbeidsrelaties?

Minister Van Gennip vindt het in algemene zin begrijpelijk en verstandig dat
partijen in verschillendesectoren hun contracten en arbeidsrelaties tegen het licht
houden om te bezien of deze conform geldende wetgeving zijn.

Er kan gehandhaafd worden bij kwaadwillendheid en wanneer aanwijzingen door
de Belastingdienst (te geven vanaf 1 september 2019) niet binnen een redelijke
termijn zijn opgevolgd. Aanwijzingen kunnen gegeven worden in gevallen waarin
de arbeidsrelatie onjuist is gekwalificeerd, zonder dat bewezen hoeft te worden
dat sprake is van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Handhaving ten
aanzien van de loonheffingen naar aanleiding van een aanwijzing die niet binnen
de gestelde termijn is opgevolgd, kan met terugwerkende kracht tot het moment
dat de betreffende aanwijzing is gegeven. Het geldende handhavingsmoratorium
betekent niet dat er door de Belastingdienst niet gehandhaafd kan worden op de
kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. Handhaving van de
kwalificatie van de arbeidsrelatie is wel complex, arbeidsintensief en vraagt een
zware bewijslast aan de kant van de Belastingdienst.

Onzekerheid over kwalificatie

De minister maakt een onderscheid tussen situaties waarin de juiste kwalificatie
van de arbeidsrelatie niet duidelijk is en situaties waarin de juiste kwalificatie op
zichzelf duidelijk is, maar niet wenselijk wordt geacht door opdrachtgever/werkgever
en werkenden. Waar onduidelijkheid van regelgeving leidt tot onzekerheid over de
kwalificatie kan dat de ondernemersvrijheid van werkenden begrenzen. Dat is
ongewenst en daarom heeft het kabinet in het coalitieakkoord aangekondigd om
meer duidelijkheid te gaan bieden.
In de situaties waarin de kwalificatie op zichzelf duidelijk is maar niet als wenselijk
wordt ervaren, leidt het huidige toetsingskader niet tot een ongewenste inperking
van de ondernemersvrijheid. Opdrachtgevers/werkgevers en werkenden zijn vrij
om de arbeidsrelatie op een manier in te richten waarop op basis van een
overeenkomst van opdracht of aanneming van werk gewerkt kan worden. Als de
feitelijke invulling van de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria van een
arbeidsovereenkomst (arbeid, loon en gezag) is sprake van schijnzelfstandigheid.
Om wet- en regelgeving wel na te leven moeten werkgevenden en werkende de
arbeidsrelatie anders vormgeven of een dienstbetrekking aan gaan.

Risicogericht toezicht
De Belastingdienst houdt risicogericht toezicht op de kwalificatie van de arbeids-
relatie voor de loonheffingen en richt zich daarbij op opdrachtgevers in diverse
branches en sectoren. Daarnaast hanteert de Belastingdienst een sectorspecifieke
benadering die zich onderscheidt van het toezicht bij individuele opdrachtgevers,
omdat het doel is het maken van afspraken met een sector over een goede naleving
van de wet- en regelgeving op het gebied van inhouden en afdragen van loon-heffingen.
Bij de sectorspecifieke benadering werkt de Belastingdienst samen met branche- of
koepelorganisaties. Er is met een beperkt aantal sectoren begonnen, in een deel van
de zorg en de bouw.