Fiets bijtelling

01-06-2023

Bijtelling fiets van de zaak

 

Voor de bijtelling van de fiets van de zaak geldt een forfait van 7% van de
consumentenadviesprijs als de werkgever ‘ook voor privégebruik’ een fiets
ter beschikking stelt aan de werknemer. Dit betekent dat de fiets eigendom
blijft van de werkgever of door de werkgever wordt geleaset.
De regeling geldt ook als de werknemer de fiets zelf leaset en alle kosten
van de werkgever vergoed krijgt. Als de werknemer deze fiets gebruikt voor
zijn woon-werkverkeer of voor zakelijke ritten, kan er voor die ritten geen sprake
meer zijn van een onbelaste reiskostenvergoeding. De werknemer gebruikt dan
immers voor deze ritten geen privévervoermiddel.

 

Het kan voorkomen dat de fiets gebruikt wordt voor woon-werkverkeer, maar
dat op sommige dagen gebruikgemaakt wordt van een privévervoermiddel,
zoals de auto. Voor de auto kan op de dagen waarop met het privévervoermiddel
wordt gereisd een onbelaste vergoeding worden verstrekt. Omdat dit nogal
administratief bewerkelijk is, is goedgekeurd dat werkgever en werknemer
individueel afspraken maken over hoeveel dagen per week met de eigen auto
wordt gereisd en hoeveel dagen per week met de fiets. Op basis van de afspraken
kan een (vaste) onbelaste reiskostenvergoeding worden verschaft. De afspraken
moeten zijn afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de werknemer
en moeten reëel zijn. Een incidentele afwijking hoeft echter niet te leiden tot een
aanpassing van de vergoeding.

Als de werkgever een fiets ter beschikking stelt, kunnen werkgever en werknemer
samen kiezen voor een cafetariaregeling. De werknemer levert dan brutoloon in en
krijgt in ruil daarvoor de fiets ter beschikking gesteld. Fiscaal levert dat een besparing op,
omdat de werknemer voor de fiets slechts belast wordt voor het bedrag van het forfait
van 7%. Voor een cafetariaregeling gelden specifieke eisen, met name voor het
realiteitsgehalte ervan.